Hello, you either have JavaScript turned off or an old version of Macromedia's Flash Player, or you are using a ipad!. Get the latest flash player.

Start nieuws
Spreeuwen PDF Afdrukken E-mail

ORDE PASSERIFORMES Zangvogels

Spreeuwen

Familie Sturnidae. 

We kennen hier vele geslachten waaronder de Aplonis, Basilornis, Cinnyricinclus, Lamprotornis, Spreo, Mino, Onychognathus, Sarcops, Scissirostrum, Sturnus en Leucopsar.

Spreeuwen komen over de gehele wereld voor. Het zijn makkelijke en vaak kleurige vogels die goed tegen ons klimaat kunnen. Ze vragen een eenvoudige verzorging. Sociaal gezien moeten ze in paren of met meerdere worden gehouden. Met veel soorten wordt regelmatig gefokt. Ze zijn nieuwsgierig en brutaal. Spreeuwen broeden in holten en leggen 3 tot 6 eieren. In de broedperiode zijn ze agressief. De grotere soorten moeten natuurlijk niet bij te kleine vogels worden samen gehouden. Spreeuwen eten zowel insecten als fruit en bessen. De Balispreeuw is wel zeer bijzonder omdat deze soort uitsluitend op Bali voorkomt en zeer streng beschermd wordt. De soort laat zich gemakkelijk verjagen. Er leven nu meer Balispreeuwen in gevangenschap dan in hun natuurlijke omgeving.

Een familie van vogels die oorspronkelijk alleen in de Oude Wereld voorkomen, maar door de mens overgebracht naar Australië en Amerika. Bijvoorbeeld de Europese spreeuw is rond 1900 al overgebracht naar de Verenigde Staten en de Herdermaina naar Australië, Zuid Afrika en diverse eilanden.  

Spreeuwen zijn sociaal levende vogels, voor een deel ook in de broedtijd. Hun vlucht is snel en goed. De spreeuwen uit gematigde streken trekken voor een deel in de winter weg, soms in reusachtige zwermen. Vele spreeuwen gedragen zich luidruchtig en kwetteren zowel in de vlucht als bij het rusten onophoudelijk. Hoewel het boomvogels zijn, foerageren zij vaak op de grond. Het voedsel bestaat uit geleedpotigen, waarvan vooral de larven, wormen, weekdieren, enz. Soms ook eieren en jonge vogels, kikkers, hagedissen e.d. Daarnaast voeden zij zich ook volop met bessen, vruchten en allerlei zaden. Als verdelgers van sprinkhanen en muggenlarven, van voor de land - en bosbouw schadelijke insecten en parasieten zijn spreeuwen welkome gasten. Echter niet als ze de fruitbomen van bijvoorbeeld kersen, appels, druiven e.d. komen plunderen.

De meeste spreeuwen zijn holenbroeders, gewoonlijk vinden wij de nesten in boomholten, rots - en muurholten, minder vaak echter op de grond. Sommige soorten maken nesten die lijken op die van wevervogels. Bijvoorbeeld de Aziatische glansspreeuw - Aplonis panayensis die zich al meerdere malen in volières heeft voortgeplant.

Vele soorten broeden in kolonies, een bekende koloniebroeder is de Molonetispreeuw die regelmatig gefokt wordt.

Als nestmateriaal gebruiken zij vaak diverse grassen en vezels, groene bladeren, vaak wordt het nest gevoerd met veertjes en dierenhaar.

De meeste spreeuwensoorten die bij ons gehouden worden zijn tevreden met een ruime beplante goed beschutte buitenvolière voorzien van een matig verwarmde binnenvolière.

Met een prima ijzerarm universeelvoer of vruchtenpaté, aangevuld met wat fruit en diverse soorten levend voer komen de meeste spreeuwensoorten regelmatig bij de vogelliefhebbers tot voortplanting.

Wel moet vermeld worden, dat het geen vogels zijn die je bij kleinere vogels kan huisvesten, ook meerdere soorten bij elkaar is niet altijd aan te bevelen.

Alle hier onder afgebeelde en beschreven spreeuwensoorten hebben zich al regelmatig in volières voortgeplant.

 


PAGODESPREEUW - Sturnus pagodarum - Black-headed Starling

Pagodespreeuw - Sturnus pagodarum

Deze 20 cm metende spreeuw komt van oorsprong uit Afghanistan, India en Sri Lanka.

De vogels zijn daar zeer algemeen en komen zowel in het open veld als in de nederzettingen voor. Behalve een aantal krassende geluiden, kan de vogel ook melodieuze fluittonen laten horen, daarbij is hij een goede imitator.

Het geslachtsverschil is bij volwassen vogels vrij goed te zien aan de kuif, bij de man loopt deze ver de nek in, bij het vrouwtje is de kuif aanzienlijk korter.

 


HERDERMAINA -  Acridotheres tristis - Common Mynah

Herdermaina - Acridotheres tristis

Herdermaina's komen van oorsprong uit Afghanistan, India en Zuidoost Azië. Zij zijn ingevoerd in Zuid Afrika, Australië, Nieuw Zeeland en Maleisië.

De lengte bedraagt ongeveer 23 cm, het vrouwtje is kleiner.

In zijn woongebied vervangt deze maina onze spreeuw. Hij is zeer algemeen en vrijwel overal te vinden. Met snelle pasjes lopen de vogels onder voortdurend knikken met de kop over het grasland op zoek naar voedsel. Hij pikt voornamelijk sprinkhanen en insecten uit het gras en soms van vee. Ook de mesthopen stropen zij af op zoek naar een lekker hapje.

's Nachts verzamelen zij zich in hoge slaapbomen, hierbij maken zij een vreselijk lawaai.

 


GROTE BEO - Gracula religiosa - Greater Hill Mynah.

Grote beo - Gracula religiosa.jpg

Herkomstig uit Maleisië, Sumatra, Java, Bali en omliggende eilanden.

Het formaat is ongeveer 30 cm. Er zijn 10 ondersoorten bekend waarvan geringe formaat en kleurafwijkingen vertoond worden.

Grote beo's leven in de oerwouden en houden zich graag in rotsige streken op.

Ze voeden zich met insecten en vruchten. Deze vogels leven paarsgewijs en nestelen in holle bomen. Ook van deze beo's zijn diverse fokresultaten bekend. Ze zijn alleen te houden samen met grote vogels.

 


DUMONT' S SPREEUW  of  PAPOEA BEO - Mino dumontii - Yellow-faced Mynah.

DUMONT' S SPREEUW  of  PAPOEA BEO - Mino dumontii

Deze vogels (23 - 26 cm), komen behalve op Nieuw Guinea voor op de Papoea - en Aroe-eilanden, hij wordt daar "tentelare" genoemd.

Als u goed kijkt lijkt het erop dat er allemaal kleine ruipuntjes te zien zijn. Dit is echter niet het geval, in de nek is duidelijk een kraag te zien van witte puntjes aan de uiteinden van de nekveren. Dit krijgen de vogels pas op een leeftijd van 4 - 5 jaar.

De levenswijze is gelijk aan andere beo- achtigen, zij leven graag in hoge bomen en maken ook hun nest in boomholten.

 


MOLONETISPREEUW - Scissirostrum dubium -  Grosbeak Starling.

MOLONETISPREEUW - Scissirostrum dubium

Molonetispreeuwen (17 - 21 cm) komen endemisch voor op Sulawesi, daar leven zij voornamelijk in de lager gelegen delen van het eiland, tot maximaal zo'n 100 meter hoogte. In dat gebied komen ze wijdverspreid en zeer algemeen voor. Soms zelfs in zeer grote aantallen. Ze leven aan de bosranden en in licht bebost terrein; in de dichte bossen komen ze niet voor.

Molonetispreeuwen zijn echte koloniebroeders, Soms leven er wel 100 paren in één nestboom, op ongeveer 10 meter boven de grond.

Opvallend bij deze vogel is de grote dikke zware snavel. Met deze sterke snavel weten de vogels, tamelijk zachte boomstammen met een nestholte uit te graven.

De molonetispreeuw eet hoofdzakelijk vruchten. In de broedtijd zoekt hij echter insecten, nodig voor de ontwikkeling van de eieren en het voeren van de jongen.

 

LELSPREEUW - Creatophora cinerea - Wattled Starling.

LELSPREEUW - Creatophora cinerea

Deze aparte spreeuwensoort (21 cm) komt voor in geheel Oost - en Zuid Afrika in grote zwermen op savanneachtige terreinen. Zijn aanwezigheid is vooral afhankelijk van het aanbod van levend voedsel, vooral sprinkhanen zijn voor deze vogels van groot belang. In de sprinkhanentijd komen deze vogels tot voortplanting, zij zijn niet gebonden aan een bepaalde voortplantingstijd. Naast de sprinkhanen worden ook insecten, vooral termieten graag gegeten. Behalve insecten worden diverse soorten vruchten genuttigd.

In de beschutting van doornstruiken bouwen deze koloniebroeders overdekte grote kogelvormige nesten van takjes en stokken; in de bomen liggen de nesten soms zo dicht bij elkaar, dat de vogels die midden in de kolonie broeden, slechts met moeite hun nest kunnen bereiken.

In de broedtijd komen  er op kop de vlezige zwarte huidlappen, wat wel een bijzonder aanblik geeft. De pop heeft dit niet, wel komen er aan de kop dan naakte geelachtig gekleurde strepen voor, speciaal aan de keel.

 


AMETHIST GLANSSPREEUW - Cinnyricinclus leucogaster - Violet Starling.

AMETHIST GLANSSPREEUW - Cinnyricinclus leucogaster AMETHIST GLANSSPREEUW pop - Cinnyricinclus leucogaster

Bij deze vogels is een duidelijk geslachtsonderscheid waarneembaar, het mannetje is prachtig violet gekleurd met een witte onderkant, terwijl het vrouwtje aan de bovenzijde bruinachtig is en aan de onderzijde donker gestreept op een witte onderzijde.

Vooral in wouden en open bossen van Noordwest Afrika  en Senegal komt deze spreeuw van 19 cm in vrij grote vluchten voor. Als de vruchten in de bomen rijp zijn of als de termieten gaan zwermen treft men ze in grote getale aan. Hun vlucht is snel en recht en ze jagen vaak achter insecten aan.

 


DRIEKLEURGLANSSPREEUW - Lamprotornis superbus - Superb Starling.

DRIEKLEURGLANSSPREEUW - Lamprotornis superbus

Deze bekende glansspreeuwen (20 cm) komen van oorsprong uit Zuidoost Soedan tot Somalië en Tanzania. Daar komen ze in grote vluchten voor in de directe omgeving van nederzettingen. Ze lopen door het grasveld op zoek naar vele insecten, op akkers en in tuinen ruimen ze vele schadelijke insecten op.

Hun nesten bouwen ze in het dichte struikgewas, in boomholten en tussen rotsen. Vaak nemen ze verlaten nesten van andere vogels in beslag.

De man voert een soort balts op, waarbij hij op de grond kleine sprongen uitvoert met hangende vleugels.

Het is bekend dat deze spreeuwen in grote families leven, jonge vogels worden gezamenlijk door ouders en oudere jongen groot gebracht.

 


ROODVLEUGELSPREEUW - Onychognathus morio - African Red-winged Starling.

ROODVLEUGELSPREEUW - Onychognathus morio

De Roodvleugelspreeuw ( 27 cm) is de bekendste soort in de bovenloop van de Niger tot Noordoost Afrika en vandaar tot de Kaapprovincie.

Hij broedt in rotsspleten en op gebouwen, als nestmateriaal gebruiken zij naast kokosvezels, hooi, stro, boomworteltjes en bladeren, ook veel modder om het nest te verstevigen.

Zij voeden zich hoofdzakelijk met vruchten en insecten.

Bij deze vogels is kleurverschil waarneembaar. De pop is grijzer van kleur en dan vooral aan de kop evenals de jongen.

 


PURPERGLANSSPREEUW - Lamprotornis purpureus - Purple Glossy Starling.

PURPERGLANSSPREEUW - Lamprotornis purpureus

Een glansspreeuw die vooral opvalt door zijn goudgele ogen en zijn prachtige glanzende purperblauwe bevedering. De lengte bedraagt 26 cm, het popje is iets kleiner vooral aan de kop. Van oorsprong komen deze vogels uit Senegal, Kameroen, Oeganda en Kenia.

Buiten de broedtijd trekken zij daar in grote vluchten van de ene plaats naar de andere op zoek naar vruchtendragende bomen. Vaak zoeken ze ook voedsel op de grond, meestal insecten.

Met grote sprongen bewegen ze zich voort. 's Avonds zoeken de vogels in rietvelden of in grote, dicht bebladerde bomen hun slaapplaats op onder zeer veel lawaai. De vogels hebben de merkwaardige gewoonte indringers met uitgestrekte halzen en opzij gedraaide koppen gade te slaan.

De vogels hebben behoefte aan een grote volière, daar ze vooral s' morgens veel vliegen. De beplanting moet dicht zijn, omdat ze overdag een plaatsje tussen het groen zoeken.

 


KONINGSGLANSSPREEUW - Cosmopsarus regius - Golden-breasted Starling.

KONINGSGLANSSPREEUW - Cosmopsarus regius

Een van de mooiste spreeuwensoorten is deze 34 cm metende Koningsglansspreeuw waarbij het vrouwtje een iets kortere staart bezit.

Van oorsprong komen deze vogels uit Zuid Ethiopië, Zuid Somalië en Kenia.

In droge streken met verspreide bomen komen deze vogels in groepjes voor. Op sommige plaatsen zijn ze erg schuw, op andere nogal tam. Ze voeden zich met vruchten, insecten en zaden.

Hun roep is schel en hees, soms worden er zachtere fluittonen gehoord.

De vogels zijn zeer gevoelig voor vocht en kou en moeten het grootste deel van het jaar binnen gehouden worden, omdat de vogels uit droge streken komen is het echter niet raadzaam echter om ze in een vochtige plantenkas te huisvesten.

De volière moet op de zon liggen, een goed doorlatende bodem van zand hebben en de vogels moeten altijd toegang hebben tot een ruim overdekt verblijf, dat verwarmd kan worden.

 


FISCHERS GLANSSPREEUW - Lamprotornis fischeri - Fisher's Starling

FISCHERS GLANSSPREEUW - Lamprotornis fischeri

Dit is weer een Afrikaanse spreeuw, die niet zo erg vaak voorkomt in onze volières. Laat staan het kweken ermee. Volgens onze informatie is het recentelijk als een van de weinige gelukt bij Dhr. J. Datthijn. Op de foto ziet de moeder met 3 jongen.  Let op de ogen en de snavel. De vogel is ongeveer 18 cm groot. Ze komen uit Zuid Ethiopië en Somalië tot Oos Kenia en Noord Tanzinia. We vinden ze voornamelijk op droge open landschappen met veel Acacia's. Van grassen maken ze mooi overkoepeld nest met een zijdelingse ingang en zijn gevoerd met zachte veren. Het legsel bestaat uit maximaal 6 eitjes. Koloniebroed werd bij deze spreeuwen meerdere malen geconstateerd. Meerdere vogels voerden het zelfde nest met jongen en zelf dezelfde vogel werd opgemerkt bij verschillende nesten. Dus echt broeden in coöperatie.

 

BALISPREEUW - Leucopsar rothschildi

Balispreeuw - Leucopsar rothschildi